Naar de navigatie Spoel door naar de hoofdboodschap

Het verhaal van de collectie

Het Marnix gebouw,
een kunst­werk op zich

Beluister dit artikel

Sinds 1965 is de maatschappelij- ke zetel van ING België – destijds de Bank Lambert – gevestigd in het Marnixgebouw, gelegen aan de gelijknamige laan tegenover een zijvleugel van het Koninklijk Paleis.

Het bouwwerk werd tussen 1960 en 1963 opgetrokken op de plaats waar tot dan toe het 18e-eeuwse stadspaleis van de bankiersfamilie Lambert had gestaan. Dit ging in de winter van 1956 immers volledig in vlammen op. Hansi Lambert, de moeder van de toen 28-jarige Léon Lambert, nam de gelegenheid te baat om op diens ruïnes een nieuwbouw te laten oprichten die moest voldoen aan de behoeften van een moderne bank in volle expansie. Nadat de gesprekken met Le Corbusier afsprongen, werd het ontwerp toevertrouwd aan Gordon Bunshaft, het icoon van de Amerikaanse groep Skidmore, Owings and Merrill (SOM) en tevens bekend vanwege zijn talrijke ontwerpen voor wolkenkrabbers waaronder het Lever House in New York. Voor de Bank Lambert in Brussel voorzag de architect echter een laagbouw vanwege de nabijheid van het Koninklijk Paleis en het historische karakter van de stad. Niettemin is het Marnixgebouw een modernistisch meesterwerk geworden. De kenmerkende, kruisvormige elementen die de gevel structureren, zorgen voor een horizontale ritmiek. Daarnaast is de materiaalkeuze opmerkelijk: een gepolijste specie van beton, wit cement en quartz doet denken aan statig marmer, terwijl ronde, roestvrij stalen ‘gewrichten’ in het middelpunt van de kruisvormen de elegantie van het geheel vrijwaren. Tot slot werd ook het interieur tot in de kleinste details uitgekiend. Speciaal ontwikkeld designmeubilair, naast banken en stoelen naar ontwerpen van van der Rohe of Saarinen sierden ooit de open ruimtes waarin travertijn, hout en staal overheersten. Met een dergelijke structurele, materiële en visuele rigueur verkreeg het Marnixgebouw haast het elan van een Italiaans renaissancepaleis. Lorenzo de Medici had het althans weten te waarderen volgens Lambert.

Sinds de voltooiing van een broodnodige aanbouw in 1992, neemt het bouwwerk een volledig huizenblok in dat zich uitstrekt tussen de Marnixlaan, de Troonstraat, de Egmontstraat en de Esplanadestraat. Het grondplan van het kantorencomplex heeft nu een asymmetrische H-vorm. De ruim 51,000 m2 aan kantoorruimte is verdeeld over acht verdiepingen. Naast het volledig transparante gelijkvloers dat uitgeeft op de esplanade ter hoogte van de Marnixlaan, geldt vooral de hoogstgelegen etage aan dezelfde zijde als een blikvanger. Ze werd tot aan Léon Lamberts dood in 1987 ingenomen door zijn persoonlijk penthouse en aangrenzende ontvangstruimten. Een monumentale ovalen wenteltrap vormt de toegang van deze tot de verbeelding sprekende verdieping. Niet alleen was ze het decor voor Lamberts verfijnde diners, eveneens omringde hij zich in deze vertrekken met de meest voorname kunstwerken uit zijn persoonlijke collectie. Hoewel de inrichting van weleer sindsdien aangepast is, kunnen personeelsleden, klanten en bezoekers van de bank er nog steeds genieten van een panoramisch uitzicht over Brussel.

In 1965 huldigde Léon Lambert het Marnixgebouw in. Vandaag huisvest het complex de hoofdzetel van ING België. Met het Koninklijk Paleis zo dichtbij, moest je volgens Gordon Bunshaft, het Amerikaanse brein achter het bouwwerk, wel een ezel zijn, indien je er als architect niet voor koos om van dit gebouw niets minder dan een monument te maken. Zijn architectuur valt daarentegen niet echt ‘royaal’ te noemen. Overdadige decoraties zijn in het Marnixgebouw dan ook ver te zoeken, ten voordele van een strenge, minimale vormentaal, geformuleerd in veeleer sobere materialen. Een visie die niet enkel aan functionele belangen, maar ook aan esthetische behoeftes tegemoet kwam. Het bouwwerk was namelijk ook bedoeld als de vitrine voor Lamberts indrukwekkende kunstcollectie en vervult vandaag een gelijkaardige rol voor de huidige ING Collectie. Een speciaal ontworpen, monumentale sculptuur van de hand van Henry Moore die jarenlang opgesteld stond op de esplanade voor de gevel van het gebouw, lichtte buiten alvast een tipje van de sluier van wat er zich achter de gevel voltrok: een uitgekiende wisselwerking tussen kunst, architectuur, meubilair en mens. Bunshaft, zelf kunstverzamelaar, wist als geen ander wat iemand als Lambert nodig had om zijn collectie te doen spreken. Zijn advies: ‘Maak het zo stil mogelijk.’