Naar de navigatie Spoel door naar de hoofdboodschap
Daniel Buren ging op zoek naar de nulgraad van schilderkunst. Het resultaat? Een opeenvolging van verticale stroken.
© DB - SABAM, Belgium 2019

Daniel Buren
1 Element, 1991

Waar ligt het minimum van de schilderkunst?

Beluister dit artikel

Een behoorlijk prangende vraag voor een nieuwe generatie kunstenaars tijdens de woelige jaren ’60.

Ook in de kunstwereld werden destijds enkele ‘vaste waarden’ - voorgoed? - op losse schroeven gezet. Zo droeg Daniel Buren vanaf 1966 zijn steentje bij aan de kritiek op het traditionele schilderij die langs alle kanten weerklonk. Van het radicale antwoord waarmee de kunstenaar destijds op de proppen kwam, is hij na ruim een halve eeuw overigens niet of nauwelijks afgeweken.

Burens ‘nulgraad’ van de schilderkunst ziet eruit als een rigide visuele formule. We zien een opeenvolging van verticale stroken die elk 8,7cm breed zijn. Steeds hebben ze identieke afmetingen en zijn ze uitgevoerd in twee afwisselende kleuren. Uitbundig hoeven we Burens kunst dus niet meteen te noemen. Dat de kunstenaar de inspiratie voor ‘zijn strepen’ op een Parijse textielmarkt opdeed, is trouwens al even prozaïsch. Wie dit werk eerst voor de luifel van een Parijse bistro hield, zit er dus niet helemaal naast.

Geen emotie, geen illusie, geen representatie en zelfs geen atelier. Hoe bekrompen het ook mag klinken, volgens Buren betekent het net een verruiming van ons gezichtsveld. Omdat er enkel monotone strepen te zien zijn, leiden ze onze blik namelijk af naar de omgeving waarin ze werden aangebracht. Welke rol speelt zij? Is ze neutraal? Niet zonder reden zijn Burens strepen hoogst afhankelijk van hun drager, of dat nu een doek is, een muur, affiches, het koetswerk van trams en bussen of… een plexiglazen plaat tegen een fuchsia muur in een bankgebouw.

Doet de muur ertoe? In hoeverre verandert een andere context of architectuur onze kijk erop? Hoe zelfstandig is dit werk? Waar begint het en waar houdt het op?